Met de fiets in de file

Echt waar, niet gezwansd. Vrijdagavond stond ik met mijn fiets vast in de file.

Misschien mijn straf omdat ik regelmatig de draak steek met alle pendelaars die zich dagelijks parkeren op de E19 of E34. Iets wat mij nooit kan overkomen. Dacht ik.

Hoe het kan?
Beeld u een smalle straat in, met langs weerskanten geparkeerde auto’s. Voeg er dan twee auto’s aan toe, die elkaar moeten kruisen en waarvan minstens een van de twee van het principe is dat op vrijdagavond in de spits wachten uit den boze is, laat staan achteruit rijden.

En ja, toen ik slalommend tussen de merkwaardig langere file op de plaats delict aankwam, stak de ene auto zijn zijspiegel letterlijk in de carrosserie van de achterdeur van de andere. Beide konden noch naar links, noch naar rechts.
Ik geraakte er dus ook met men fiets niet meer door. En stond dus, net zoals menig ander voertuig, vast in de file. Voor mij de twee gedupeerden, links en rechts geparkeerde auto’s en achter mij een stel ongeduldigen die bijna mijn achterlicht er af reden. Dus heb ik maar mijn fiets in’t midden van de straat gezet, spiegels gaan opzij klappen, afstanden in het oog houden op millimeters (millimeters!) na en beide voertuigen zo goed mogelijk uit hun onbehaaglijke (belachelijke?) situatie redden.
Om daarna bij het weg rijden te zien dat het volgende voertuig uit ongeduldigheid bijna ook vastzat.

Laat mij iedereen die niet gewoon is van in een stad rond te rijden een tip geven: als je een tegenligger (bijna) niet kan kruisen, rij dan zelf achteruit, want de andere zal het zéker niet doen.

Een wrak

Het vervolg van mijn accident is ondertussen dus al gekend. Logischerwijs was de andere in fout.
Woohoow, nieuwe achter- én zijkant voor de wagen! Op kosten van de verzekering!!

Ja, dat had je gedacht natuurlijk.
Nadat ik de wagen een dag in een naburige garage had gezet zodat er een expert naar kon komen kijken (lees: een fikse wandeling naar het werk), kreeg mijn vader, de officiële verzekeringshouder van de wagen, een brief van het expertisebureau in de bus. Hijzelf was op congé - ergens tussen Engeland en Frankrijk - dus heeft mijn broer hem geopend. Die lichtte mij op telefonische wijze in dat mijn lief autootje perte total verklaard is.

Pardon?

Ja. De schade aan het voertuig bedraagt meer dan de marktwaarde van het zeven jaar oude wagentje (of zoiets).
Dit terwijl er enkel een stuk van het kofferdeksel geplooid is, een scheur in de bumper en een bluts langs de zijkant. Er is geen enkel vitaal onderdeel geraakt, ik kan en mag er gerust mee blijven rondrijden. Maar toch is de schade te groot. :-(
Verder in de brief staat dat mijn verzekeringsmaatschappij al een opkoper heeft gevonden voor het wrak - ja, zo noemen ze mijn geliefd automobieltje tegenwoordig - en ze mij het verschil tussen de waarde van de auto voor het accident en het bedrag dat de opkoper ervoor wil geven, zullen uitbetalen.

Ik kan zelf kiezen wat ik met mijn auto doe. Of hem dumpen bij die opkoper, of hem zelf verkopen, of er gewoon mee verderrijden en hem eventueel ergens laten oplappen.
Vanzelfsprekend ga ik voor dit laatste Een paar blutsen en het spel al in de vuilbak smijten zeker. Het is geen wegwerpproduct.

Ik zal wel zo’n stiftje kopen en daar waar de verf eraf is, bijschilderen. Die lelijke deuk zou ik er graag laten uithalen. Op voorwaarde dat dit niet meer kost dan het bedrag dat ik van de verzekering ga krijgen. Hoeveel dit bedraagt, zullen ze mij of mijn vader zo snel mogelijk laten weten. Afwachten dus.

In mijn gat

Deze post is al een tijdje geleden geschreven. Ik heb hem toen niet gepubliceerd, omdat ik er zeker van wou zijn dat dat geen nare gevolgen zou hebben. Ondertussen weet ik al meer, wat ik een van de volgende dagen wel zal posten.

Stel je voor: je rijdt op een baan met snelheidsbeperking van 70km/u. Het wegdek is een beetje vochtig, maar helemaal niet slipperig. Je ziet het opkomende verkeerslicht op oranje springen. Je moet nergens dringend zijn. Wat doe je?

Sommige mensen zouden stoppen, andere rijden door. Het verkeersreglement is ontegensprekelijk: bij oranje moet je stoppen, tenzij je echt niet anders kan.
Dus wat doe ik: stoppen. Van zodra ik stilsta, hoor ik een slippend geluid. Ik kijk op in mijn achteruitkijkspiegel en wordt meteen afgeleid door een snelle zwarte wagen die mij tegen duidelijk meer dan de aangegeven snelheid, langs links voorbij zoeft.
Ik denk “gij se zot!” en op dat eigenste moment knalt een andere auto achterin de mijne. Boenk! Ik schuif een meter naar voor, op het kruispunt.

Ik kijk terug door mijn zijspiegel, nog maar net beseffende wat er gebeurd is, en een jongere slaat woest zijn zijdeur toe en komt naar mij toe gelopen. Hij roept iets in de trend van “Goed hé! Waarom stopt gij nu? Onnozelaar! Ge moet wel doorrijden als’t oranje is hé. Zeker met zo’n wegdek!”.
Gezien de agressie en het postuur van de kerel en van zijn metgezel die aan de passagierskant uitstapt, lijkt het mij niet verstandig nu uit mijn wagen te stappen. Ik wacht even tot ze iets rustiger zijn en doe dan rustig mijn portier open. De kerel roept nog wat woorden, voornamelijk verwijten maar toch ook de zin “ja, aan de kant gaan staan en papieren invullen hé”. Deze stelde mij al een ietsie-pietsie gerust, maar nog van bijlange niet veel.

Wat verder geparkeerd, stappen er drie jongeren uit de auto, die alle drie op mij roepen en mij als de onhandigste chauffeur ooit bestempelen. Ik herinner mij nog regelmatig het begin van de zin “op de rijschool hé, zouden ze…” maar heb geen van de drie keer de rest verstaan. Hij werd steeds overstemd door een van de twee andere, die er mij moest op wijzen hoeveel schade ik hen had berokkend.

Dat ik het niet zag zitten uit te leggen dat zij in fout waren, hoef ik er niet bij te vertellen. Ik heb dus meteen versterking gebeld. Wat niet simpel was. Ze waren immers alledrie als de dood dat ik de politie er zou bijhalen. Geen verzekering?
Op dat moment kwam de gevreesde zin “laat ons dit in der minne regelen”. Waar ik toch tegen moest reageren. En ik begin papieren in te vullen. Zo traag mogelijk. De versterking was immers nog niet gearriveerd.

Het eerste dat ik noteerde was op het eerste losliggende papier dat ik vond: hun nummerplaat. Ik ben niet dom hé. Dan nam ik ruim de tijd om mijn verzekeringspapieren te vinden . En toen ik moest gaan invullen wie volgens mij in fout was, kwam gelukkig mijn vader met de auto om de hoek. Mijn moeder zat er ook bij. Drie tegen drie, ik voelde mij al meer op mijn gemak.

Het eerste wat mijn vader deed was de schade bekijken. Dat had ik ook al gedaan, maar ik had niet opgemerkt dat er een flinke deuk in de flank zat. Toen mijn vader dit opmerkte sprongen er twee van de tegenpartij uit hun vel, voor zover ze dit nog aan hadden. “Ge moet er nu geen dingen gaan bijsleuren die al waren hé, zo niet beginnen hé!” Een geluk dat ik een zeer kordate vader heb, die hen meteen terugwees. En nadat hij een of twee keer dreigde de politie te bellen als ze moeilijk bleven doen, werd het paparassenwerk al veel makkelijker om in te vullen, en vooral rustiger.

Alles werd ingevuld en ondertekend. Nu maar hopen dat ze wel degelijk verzekerd waren en dat ik mijn geld trek. De schade valt wel mee, maar voor gewoon te stoppen voor een verkeerslicht, is hij wel genoeg gedeukt. Ikzelf was er na een pint en een jenevertje al wel weer door.

Paaltjes

Aansluitend op de takelactie van zaterdag, hebben ze op de Amerikalei paaltjes gezet. Paaltjes denkt u?

Wel ja, op de hoeken. Enfin ja, hoeken. Die reusachtige bochten aan elk licht, waar constant auto’s oprijden of parkeren. Wel daar staan nu paaltjes rond. Je kan er nog op met de auto, maar een rijvaardigheidcursus is toch aangewezen.

Ik weet niet of het idee wordt doorgetrokken over alle leien, maar ik ben in ieder geval voor. Het laat duidelijk zien dat het niet de bedoeling is om met uw vierwieler op het trottoir te rijden, zonder de mensen te beboeten. En het staat nog netjes ook.
Maar ik weet niet of ik dezelfde opinie zal hebben, wanneer ik binnen een zevental maanden met mijn fiets op het ijs wegschuif en een paaltje raak.

Takelactie

Zaterdag was het takelactie in de buurt van de Sinksenfoor. Drie takelwagens reden op en aan om voertuigen weg te slepen. Het was een ware lightshow door ons venster.

Maar ik mag wel zeggen dat dit terecht is. Je kan in sommige straten niet meer over of door vanwege de foutparkeerders.
Mensen parkeren in smalle straten, op wandelpaden, op petanque-pistes, op voetpaden, … En dit terwijl er op de kaaien steeds plaats is.
Voor mijn part mogen ze dan een keer takelen.

Hoewel ik het wel een beetje sneu vind voor de onfortuinlijken die hun voertuig niet terugvonden na een avondje kermis. Maar ja, hadden ze maar niet fout moeten parkeren.

Dag van de verkeershoffelijkheid

Dat is dus vandaag. Al vind ik er niet al te veel informatie over. Het enige dat ik teweten ben gekomen is dat de Responsible Young Drivers een actie houden aan het Montgomery kruispunt in Brussel waar ze folders uitdelen met daarin tips om hoffelijk te rijden.

Ik weet niet welke tips erinstaan, maar laat mij alvast het lijstje aanvullen:

  • rij op de rechterrijstrook als deze vrij is, ook als je “even” verderop het linkerbaanvak moet hebben. Voorsorteren doe je niet 15km op voorhand
  • hou voldoende afstand van je voorganger, niemand houdt van bumperklevers
  • bij een file schuif je aan op het einde, je rijdt er niet links - en zeker niet rechts - naast om op het einde je pinker aan te steken en ertussen te kruipen. Al die mensen moeten wachten, jij ook. En als er niemand tussenhoeft, gaat het voor iedereen sneller
  • hou je rijstrook in de file, die rijstrook ernaast zal je niet de gehoopte 10 minuten winst geven
  • respecteer min of meer de snelheidslimieten, die 10-20km/u sneller levert je maximaal enkele minuten winst op, als je geluk hebt. Maar het jachtig rijgedrag kost je wel enkele dagen van je leven en van de mensen die je opgejaagd hebt onderweg
  • als je in de file staat of je staat te wachten voor een kruispunt, draai je hoof dan eens links en rechts en toon een enorme grote glimlach. Een blij gezicht doet wonderen.

Verder wens ik u een hoffelijke verkeersdag zonder getoeter of bumpergeplak.

Via smiley.

Mooie gladde straat

Gladde straatWeet u nog de gehavende straat, vol putten en bergen vervaardigd uit ingelegde klinkers die de gaten moesten dekken van blijkbaar herhaaldelijk nodige reparaties aan riolering en weet ik wat er allemaal onder de grond zit? Wel, deze rimpelweg is nu terug mooi gladgestreken.
Spijtig van de klinkers die niet echt lang hun nut heben mogen dienen, maar de straat ziet er stukken beter uit. En ze rijdt ook veel beter, met de fiets of met de auto.

Ik moet dus de gemeente een verontschuldiging: u had het wel goed gepland. Het was immers niet verstandig geweest al deze kleine gaatjes te dichten met asfalt, als een maandje later de straat opnieuw aangelegd wordt.

Eigenlijk is het zelfs geen maand geleden, maar ik wou bij deze post de foto van de vernieuwde straat niet achterwegen laten. En om de foto’s van mijn GSM over te zetten naar pc, gebruik ik bluetooth, welke enkel aanwezig is op de laptop van mijn vriendin. Dus om die foto on-line te krijgen moest ik haar computer nog eens kunnen kidnappen, wat bij deze gelukt is. Maar de foto is dus al even geleden genomen.
Sindsdien hoop ik dat ze ook de klinkers voor mijn deur inruilen voor een laagje asfalt, maar dit is er nog niet van gekomen helaas.